Het eerste leerjaar

















































































































1. De studiekeuze

Bij de overstap van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs moet je als leerling samen met je ouders een belangrijke studiekeuze maken. Deze keuze wordt in belangrijke mate bepaald door je studieresultaten in het basisonderwijs, je studiebelangstelling, de adviezen van het C.L.B. en de leerkracht van het zesde leerjaar.

2. Gemeenschappelijke basisvorming en het

    complementair gedeelte in het eerste leerjaar A

In het eerste leerjaar A heb je de keuze tussen twee lessenroosters.  Er is nog geen sprake van studierichtingen, maar van keuzepakketten.

De leerlingen blijven voor de leervakken in hun eigen klasgroep, wat uit pedagogisch standpunt gezien belangrijk is.  Het grote verschil met de lagere school is dat er na een lestijd van 50 minuten telkens een andere leerkracht een ander vak komt onderwijzen.

Het lessenrooster omvat 33 lestijden per week, waarvan

* 27 uren GEMEENSCHAPPELIJKE BASISVORMING

In het eerste leerjaar A wordt een degelijke basis voor de verdere studiekeuze gelegd. Door het aanbod van de verschillende vakken wordt de klemtoon op de algemene vorming gelegd.

* 5 uren COMPLEMENTAIR GEDEELTE

Je hebt de keuze uit een lessenrooster Latijn en een lessenrooster zonder Latijn.  We duiden aan hoeveel lesuren per vak toegevoegd worden.

Latijn + 5 lesuren Latijn
Moderne wetenschappen

+ 1 lesuur Frans

+ 1 lesuur Nederlands

+ 2 lesuren wiskunde

+ 1 lesuur sport / sociale activiteiten

 

3. De lessenroosters in het eerste leerjaar A

Vakken Latijn Moderne Wetenschappen
Katholieke godsdienst 2 2
Aardrijkskunde 2 2
Natuurwetenschappen 2 2
Frans 4 5
Geschiedenis 1 1
Latijn 5 -
Lichamelijke opvoeding 2 2
Muzikale opvoeding 1 1
Nederlands 5 6
Plastische opvoeding 2 2
Sport - 0,5*
Sociale activiteiten - 0,5*
Techniek 2 2
Wiskunde 4 6
Inhaalles/Informatica-ICT 1** 1**

Totaal

33 33

* = 1 lesuur om de twee weken
** = toegevoegd lesuur; ICT = Informatie- en Communicatietechnologie

Voor meer informatie bij het lessenrooster voor de "studierichting Latijn", klik hier.

Voor meer informatie bij het lessenrooster voor de "studierichting Moderne wetenschappen", klik hier.

 

 

Het tweede leerjaar

1. Het lessenrooster

In het tweede leerjaar bestaat het lessenrooster uit 32 lesuren:

* 24 uren GEMEENSCHAPPELIJKE BASISVORMING

* 5 uren BASISOPTIE

Basisoptie LATIJN: met het vak Latijn, 5 uren per week;
Basisoptie MODERNE WETENSCHAPPEN: met de vakken socio-economische initiatie, 2 uren per week; wetenschappelijk werk, 3 uren per week.

* 3 uren COMPLEMENTAIR GEDEELTE

aan de vakken Frans, Nederlands en wiskunde wordt in elke basisoptie 1 lesuur toegevoegd

Vakken Latijn Moderne Wetenschappen
Katholieke godsdienst 2 2
Aardrijkskunde 1 1
Natuurwetenschappen 1 1
Engels 2 2
Frans 4 4
Geschiedenis 2 2
Lichamelijke opvoeding 2 2
Muzikale opvoeding 1 1
Nederlands 5 5
Techniek 2 2
Wiskunde 5 5
Basisopties    
Latijn 5 -
Socio-Economische Initiatie - 2
Wetenschappelijk Werk - 3
Toegevoegd lesuur    
Inhaalles / Informatica - ICT 1 1

Totaal

33 33

 

2. Toelichtingen bij de basisopties in het tweede leerjaar

Basisoptie LATIJN

In het eerste jaar zal je ervaren hebben dat Latijn een verfijnde, maar ingewikkelde taal is. De verdere studie van deze taal zal je zeker leren gestructureerd te redeneren.  Woordenschat, verbuigingen en vervoegingen worden nog eens grondig herhaald. Verder zal je Latijnse teksten leren lezen en ze leren begrijpen naar vorm en inhoud. Aan de hand van deze teksten zal ook de aandacht gevestigd worden op de waardevolle aspecten van de antieke cultuur.

Basisoptie MODERNE WETENSCHAPPEN

Het jaar wordt voor jou een boeiende en leerrijke ontdekkingstocht  doorheen een landschap van moderne talen en wetenschappen.
In het gedeelte moderne wetenschappen zal het zelfstandig werken een beroep doen op je verantwoordelijkheid.
Je maakt ook kennis met enkele hedendaagse economische denkwijzen en problemen, waardoor je een dieper inzicht kan verwerven in het samenleven van mensen in gezin, bedrijf, gemeente, land of staat.